GEDRAG VAN EEN HOND

  • Lichaamshoudingen

    Aan de houding van uw hond kunt u aflezen hoe de hond zich voelt. Daarbij kunt u letten op bepaalde lichaamsdelen van de hond en op zijn algehele lichaamshouding.

    In de houding van een hond zijn twee uitersten te onderscheiden: een hoge houding en een lage houding. 
    Met een hoge houding wordt bedoeld dat de hond hoog op de poten staat, zijn kop hoog houdt, zijn staart staat hoog en zijn oren staan omhoog en/of naar voren. Een hond die een hoge houding heeft is op dat moment zelfverzekerd.

    Een lage houding betekent dat de hond wat door de poten zakt, zijn kop laag houdt, zijn staart omlaag heeft en zijn oren omlaag en/of naar achteren. Soms kan een hond zijn houding nog meer verlagen door zijn staart helemaal tussen zijn benen door tegen de buik te leggen of zelfs door op zijn rug te gaan liggen. Een hond met een lage houding is onzeker of onderdanig. Een hond met zijn staart tussen de benen is echt bang. Op de rug gaan liggen is een teken van overgave of van angst.

    1

                           

    Figuur 1. Een onderdanige hond. Een hond die echt bang is, heeft zijn staart nog verder tussen zijn benen of zelfs tegen zijn buik aan.

    Een hond kan ook een houding aannemen die kenmerken heeft van zowel een hoge als een lage houding. Hij kan bijvoorbeeld zijn oren naar voren doen, maar zijn staart laag houden. In dat geval heeft de hond ‘gemengde gevoelens’: hij is niet zeker van zijn zaak. Hij wil bijvoorbeeld een indringer wegblaffen, maar vindt die indringer toch wel een beetje eng.

    Als een hond alert is, heeft hij een oplettende blik gericht op dat wat zijn aandacht heeft getrokken. De oren staan naar voren en zijn lichaam is wat gespannen. Hij staat klaar om te reageren. Hoe die reactie wordt, hangt af van hoe de hond de situatie interpreteert. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hij vaststelt dat er iets leuks gebeurt en enthousiast reageert, maar ook dat hij iets waarneemt wat hij niet leuk vindt. Dan kan hij dreigen of zich terugtrekken.

     

    Figuur 2. Een alerte hond, klaar om te reageren op iets wat hij waarneemt.2

    Een hond die zich gewoon op zijn gemak voelt, neemt een neutrale houding aan waarbij het lichaam ontspannen is. Die neutrale houding verschilt per ras en zelfs per individu. Sommige rassen hebben bijvoorbeeld van nature een staart die recht omhoog wijst, zoals veel terriërrassen. Dat betekent niet dat deze zich altijd zelfverzekerd voelen. Voor deze rassen is een staart die horizontaal staat, een lage staarthouding.
    Andere rassen, zoals bijvoorbeeld de windhonden, hebben hun staart in de neutrale stand helemaal laag tegen de achterbenen aan hangen. Als zij hun staart horizontaal houden, is dat voor hen dus juist een zeer zelfverzekerde staarthouding! Of een houding hoog of laag is moet dus mede worden afgezet tegen de neutrale houding die bij een bepaald type hond hoort.

     

    Figuur 3. Een hond met een neutrale, ontspannen houding  

    3

     

     

     

     

     

     

     

    Figuur 4. Neutrale staarthouding van verschillende typen hond, v.l.n.r.: herderstaart, terriërstaart, windhondstaart.3.1 

     

    Ook de oren van de diverse rassenverschillen van elkaar. Bij sommige oortypen is het gemakkelijker om te zien hoe de stand is dan bij andere. 

    Figuur 5. Verschillende typen oren, v.l.n.r.: staande oren, rozenoren, hangoren, tiporen.

     4

    Figuur 6. Hangoren naar voren en naar achteren.

    66.1 De stand van oren, staart en kop is belangrijk bij het interpreteren van de houding van een hond. Daarnaast moet ook altijd naar de context worden gekeken: in wat voor situatie laat de hond deze houding zien? Een hond die zijn baas begroet en daarbij zijn oren naar achteren legt, laat daarmee niet zien dat hij bang of onzeker is maar toont zich onderdanig: hij geeft aan dat hij de eigenaar als ranghoogste erkent. Diezelfde hond die door de dierenarts wordt benaderd en daarbij zijn oren naar achteren legt, is waarschijnlijk wel onzeker of angstig!

    Ook aan de kop van de hond is veel te zien.
    Een hond die gromt terwijl hij zelfverzekerd is, zal zijn tanden laten zien maar niet zijn achterste kiezen. Daardoor rimpelt zijn neus op.
    Een hond die gromt omdat hij bang is en zich wil verdedigen, zal daarbij zijn mondhoeken naar achteren trekken. Daardoor zijn zowel zijn tanden als zijn kiezen te zien.
    De ogen van een hond kunnen ontspannen staan, maar hij kan ook zijn ogen strak, wat geknepen naar voren richten als hij zelfverzekerd dreigt. Een angstige hond trekt de huid van zijn gezicht wat naar achteren, waardoor vaak oogwit te zien is.


    Hieronder geven we een paar voorbeelden van houdingen die een hond kan aannemen.

    7.17

     

    Figuur 7. Zelfverzekerde agressie. Let op de hoge houding.

    Deze hond is zelfverzekerd. Hij staat hoog op de poten, de oren staan naar voren, de staart is omhoog en de kop wordt hoog gehouden. Bovendien laat hij zijn tanden zien en rimpelt zijn neus. Een hond die in deze houding naar u dreigt, zal waarschijnlijk aanvallen als u dichterbij komt.

    88.1

     

    Figuur 8. Angstagressie.

    Deze hond is angstig. Zijn oren liggen plat naar achteren, zijn staart is heel laag tussen zijn benen, hij zakt wat door zijn poten en houdt zijn kop laag. Hij dreigt en laat zijn tanden zien. Daarbij trekt hij zijn mondhoeken naar achteren, zijn neus rimpelt nauwelijks op. Ook deze hond zal waarschijnlijk bijten als u dichterbij komt, omdat hij zichzelf wil verdedigen.

     

  • Uw nieuwe huisgenoot, de thuiskomst

    Eindelijk is het zover, uw nieuwe hond is aangekomen. Om alles zo prettig en veilig mogelijk te laten verlopen, vindt u hieronder wat aandachtspunten. Mocht u alsnog vragen hebben, dan kunt u uiteraard te allen tijde contact opnemen met uw adoptie medewerkster.

    Als stichting hebben wij veiligheid enorm hoog in het vaandel staan en er daarom voor gekozen om uw hond met een speciaal anti ontsnappingstuig aan u over te dragen. Dit tuigje wordt meteen bij uw hond om gedaan. U dient zelf een lijn mee te nemen. Om de komende tijd zo weinig mogelijk risico te nemen dat uw hond kan ontsnappen, kunt u het beste met een dubbele zekering (tuig en halsband) gaan wandelen. Ook is het handig wanneer uw hond een penning aan zijn halsband draagt waarop uw telefoonnummer staat vermeld. In verband met het bestellen en de levertijd van zo’n penning kunt u in het begin daarvoor een simpele sleutelhanger of kokertje gebruiken, waarop u uw telefoonnummer schrijft.

    Het is noodzakelijk dat u de hond zo snel mogelijk goed wast na thuiskomst. Behalve dat dit prettig is voor u en de hond in verband met de geur, is het met name belangrijk om eventuele besmetting van Giardia te voorkomen. Giardia is een parasiet die zich voornamelijk in het maagdarmsysteem bij o.a. honden vestigt. Honden die besmet zijn met Giardia (ook honden die niet ziek zijn) scheiden de parasiet uit via de ontlasting. De parasiet wordt door de hond en/of andere dieren opgenomen tijdens het eten, drinken, spelen, elkaar wassen etc. De parasiet kan dus eventueel in de vacht van de hond aanwezig zijn en kan behalve zichzelf ook andere honden hiermee besmetten. De volwassen honden worden vlak voor vertrek behandeld met Metrazol. Omdat pups kwetsbaarder zijn dan de volwassen honden krijgen zij preventief een 5-daagse kuur mee (Panacur). Dit ontvangt u bij het paspoort. Begint u hier dezelfde dag mee of uiterlijk de volgende dag.

    Het paspoort van de hond ontvangt u tezamen met uw nieuwe huisgenoot. In het paspoort staat vermeld welke inentingen de hond heeft gehad (dat betreffen alle noodzakelijke entingen). Vlak voor vertrek uit Spanje is uw hond behandeld met een anti-vlooienmiddel. Tevens zit er bij het paspoort een certificaat van het bloedonderzoek waarop u kunt zien dat de hond is getest op de meest voorkomende “Middellandse Zeeziektes”. Pups worden alleen op Ehrlichiosis (Ehrlichia) getest. Het resultaat van dit bloedonderzoek staat achterin het paspoort vermeld.

    De hond heeft in Spanje een chip gekregen. Het chipnummer vindt u in het paspoort. Binnen 2 weken dient u de chip op uw naam te registreren. Dit kunt u doen via www.ndg.nl (Stichting Nederlandse Databank Gezelschaps-dieren).

    En dan de thuiskomst, meestal een mooi en bijzonder moment. Probeer zelf te ontspannen ook al begrijpen we heel goed hoe (leuk) spannend het ook voor u is. Een hond voelt uw emoties namelijk haarfijn aan. Geef de hond de ruimte en rust om te wennen. Alles en iedereen is nieuw voor hem of haar, al die nieuwe indrukken moeten wel even de ruimte krijgen om te ‘landen’. Laat de hond alles in zijn eigen tempo ontdekken. De één zal meteen speels en blij door uw huis rennen, terwijl een ander in het begin misschien ietwat afwachtend is. Blijf de eerste dagen zoveel mogelijk met ze thuis. Uitgezonderd uiteraard van het uitlaatrondje. Maak dit in het begin niet lang of ver. Wel kunt u de frequentie opvoeren en steeds wat vaker, en bij voorkeur steeds hetzelfde rondje in verband met gewenning, gaan wandelen. Op deze manier kunt u meteen aan de zindelijkheid werken. We snappen dat u vol trots de hond wilt tonen aan uw familie en vrienden, maar overspoel de hond niet meteen met (lief bedoeld) bezoek. Gun ze de tijd om zich bij u thuis te voelen. Wellicht is uw hond voor het eerst van zijn of haar leven in een huis, in hun thuis.

    We willen u buiten deze tips om, ook oprecht enorm bedanken dat u uw hond deze kans geeft. Iets waar wij als stichting ontzettend blij mee zijn. Nogmaals, voor advies/vragen/hulp kunt u altijd terecht bij één van onze medewerkers. Wij wensen u heel veel plezier met uw nieuwe huisgenoot. Geniet lekker van elkaar !

  • De socialisatie van de hond

    Pups doorlopen een aantal fasen voordat ze volwassen zijn. Er kunnen minieme verschillen in de tijdsaanduidingen zijn afhankelijk van ras en individu.Over het algemeen ontwikkelen pups van kleine rassen zich sneller dan van grote rassen.

    0-13 dagen | Neonatale fase
    In deze periode ligt de pup alleen of met nestgenoten bij de moeder. Zijn belangrijkste bezigheden zijn drinken, slapen en vooral groeien. De ogen zijn nog niet open en ook de gehoorgang is gesloten. De pups hebben andere pups en de moeder nodig om zich warm te houden want ze kunnen hun eigen temperatuur nog niet reguleren. De meeste zenuwvezels zijn nog niet gemyeliniseerd, dit heeft invloed op de geleiding van prikkels. Myelinisatie is het proces waarin de zenuw voorzien wordt van een witte, vettige substantie. Dit omhulsel maakt dat prikkels sneller geleiden. Dit proces van yenilisatie kan men in grote lijnen volgen door te kijken naar de motorische ontwikkeling van een pup. Nemen we een pup van vijf dagen in de hand en laten we zijn achterpoten hangen dan zal het dier de poten niet optrekken als deze tegen een obstakel aankomen. Doen we hetzelfde experiment met 8 dagen oude pups dan zien we dat deze wel hun pootjes optrekken. De zenuwen die pijn prikkels geleiden zijn ook bij hele jonge pups al ontwikkeld, pups voelen dus pijn.

    13-21 dagen | Overgangsfase
    Ogen en oren openen zich, iedere dag kan de pup een beetje beter zijn omgeving horen, zien en herkennen.De pup begint zijn omgeving te onderzoeken en in deze periode zijn leerprocessen mogelijk. Pups beginnen met lopen en kwispelen. Ook kunnen ze zonder hulp van de moeder urineren en feceren.Pups zullen dit van nature proberen buiten het nest te doen.

    3 weken –12 weken | Eerste Socialisatiefase
    Dit is de belangrijkste periode in een hondenleven in deze tijd leggen we de basis voor een geestelijk gezond honden leven in onze gecompliceerde maatschappij. In deze periode zijn de pups erg nieuwsgierig en ondernemend, de neiging tot vluchten bedraagt op de leeftijd van 3 weken ongeveer 10% en op 12 weken zo’n 90%. Tussen de drie weken en de vijf weken hebben pups een voorliefde voor bewegende dingen en willen deze ook naderen. Deze natuurlijke neiging om te naderen neemt na de vijfde week af. Deze cijfers laten zien dat het makkelijker is om een hondje van 5 weken aan iets nieuws te wennen als een pup van 12 weken. Het proces van myelinisatie van de zenuwvezels is compleet rond de 7 weken. Ook de ontwikkeling van synapsen(zenuwuiteinden) is rond de 7 weken voltooid. De ontwikkeling van synapsen staat mede onder invloed van omgevingsprikkels dit is een extra argument om een pup in een verrijkte omgeving te laten opgroeien. Als de pup met 7 weken bij de nieuwe eigenaar komt is het belangrijk dat er iedere dag voldoende nieuwe, positieve prikkels in zijn leventje plaatsvinden.Onderzoek heeft aangetoond dat voldoende prikkels in de socialisatiefase er voor zorgen dat de hond op oudere leeftijd minder opgewonden is en meer geneigd tot onderzoeken van zijn omgeving. De meeste teven zullen hun pups spenen tussen de 5 en de 7 weken.

    3- 6 maanden | Tweede socialisatie of angstfase
    In deze gevoelige periode moet de pup alle eerder opgedane positieve ervaringen uit de eerste socialisatiefase opnieuw meemaken. Door herhaling van deze ervaringen voorkomen we dat de pup desocialiseerd en als nog angstig gedrag gaat vertonen buiten zijn vertrouwde leefomgeving. In angstfase zal het gedrag van de pup uit ontwijken bestaan. Zo rond de leeftijd van vijftien weken zijn in het roedel de dominantie relaties vastgesteld.In het gezin kunnen we bij pups van 4 maanden al goed merken of ze wel of niet dominant over de eigenaar zijn. Dominantie is een relatiebegrip en zegt iets over de rangorde tussen twee individuen. Er is aangetoond dat pups in de angstfase extra gevoelig zijn voor traumatische ervaringen.  

    De meeste honden bereiken in deze periode hun seksuele volwassenheid. Als de hond in de angstfase goed is begeleid zal het ontwijkgedrag nu weer gaan afnemen. Aangeleerde commando’s, tot dan toe goed uitgevoerd, kunnen in deze levensfase " opeens " vergeten worden. Weglopen en niet reageren op een wanhopig, roepende baas is een prima manier om een plek hoger in de rangorde te komen. Extra training, herhalen van oefeningen, en vooral goed gedrag blijven belonen zullen ervoor zorgen dat de hond hier niet in slaagt.

    Vooral het contact met allerlei soorten en maten honden en het omgaan met kinderen zijn belangrijk. Laat de kinderen de hond wat lekkers aanbieden zodat de pup goed leert dat het omgaan met kinderen hem iets positiefs oplevert. Bedenk wel dat alles gedoseerd aangeboden moet worden en dat het voor de pup een positieve ervaring moet zijn. De pup moet voldoende tijd hebben om indrukken te verwerken en uit te rusten. Daarnaast is het belangrijk om alle prikkels minimaal 5 keer te introduceren want anders treed er geen gewenning op. Gewenning of habituatie zorgt er voor dat de pup een bepaalde prikkel normaal gaat vinden waardoor hij er niet iedere keer opnieuw aandacht aan hoeft te besteden. Hieronder een voorbeeldlijstje van situaties die iedere pup een aantal keren meegemaakt moet hebben, zowel in de eerste als tweede socialisatiefase.

    - Lopen in een drukke winkelstraat.

    - Geluid van alle soorten verkeer.

    - Langsrijdende fietsers, winkelwagens, kinderwagens

    - De drukte en geluiden van een trein station.

    - Meerijden in een auto

    - Kennismaken met kleine en grote honden.

    - Spelen met alle soorten honden

    - Kennismaken met gekleurde mensen.

    - Kennismaken met kinderen van alle leeftijden.

    - Kennismaken met spelende kinderen op een schoolplein.

    - Kennismaken met katten, konijnen, vee enz.

    Kennismaken en spelen met andere honden.

    Spelen met soortgenoten is belangrijk. In spel worden sociale vaardigheden en motoriek getest en geperfectioneerd. In spel leren pups met welke gedragingen ze anderen kunnen beïnvloedden. In spel wordt de basis voor rangorde gelegd. Door spel als positieve ervaring aan te bieden leren pups dat andere honden ontmoeten betekent: Samen plezier maken. Door het verschil in grootte en karakter tussen de diverse rassen/ individuen is het niet verstandig om pups zonder toezicht te laten spelen. De bange pup die door een groepje stoere pups steeds in een hoek gedreven wordt leert niet alleen dat spelen niet leuk is maar kan zelfs, door in paniek van zich af te bijten, leren dat agressie inzetten in contact met andere honden voordeel oplevert. De zwakke pup die in spel iedere keer onder het dikste pupje komt te liggen leert dat spelen resulteert in het benauwd krijgen. Probeer bij spel een bang hondje te laten spelen met het rustige, stabiele hondje. Het bange hondje krijgt door dit contact zelfvertrouwen. Spelen wordt nu een positieve ervaring. Pups die overmatig agressief of opgewonden raken krijgen een "Time-out". Zonder te straffen worden ze uit het spel gehaald en mogen pas weer eedoen als ze rustig zijn. Laat pups in groepsverband niet met een voorwerp spelen dit wekt verdediginggedrag in de hand.

    © Debbie Rijnders. www.tinley.nl

  • Help, mijn hond plast in huis

    Het zindelijk maken van een pup is een proces dat in alle hondenboeken beschreven wordt.Toch zijn er nog veel honden die voor een korte of lange periode hun behoefte in huis doen.De tot uiterste wanhoop gedreven eigenaar van zo’n hond gaat met goedbedoelde adviezen,van buren, familie en betweters, aan de slag maar niets helpt. Beter laat dan nooit komen ze uiteindelijk via de dierenarts bij de gedragstherapeut terecht. Het liminatiegedrag heeft niet alleen een fysiologische reden (afvalstoffen afvoeren), het heeft ook een communicatieve functie. De feromonen die in urine en ontlasting zitten, geven informatie over de afzender, diens positie in de rangorde , diens hormonale status enz. Een loopse teef kan door urine achter te laten, reuen op haar hormonale status attent maken. Reuen kunnen door markeren aangeven welke plaats in de rangorde zij innemen. Wat is nu een normaal eliminatie schema voor jonge pups? Als ze 8 weken oud zijn zullen pups, overdag als ze niet slapen, ieder uur plassen; poepen doen ze ongeveer 4 maal per dag. Afhankelijk van hoe laat ze de laatste keer zijn uitgelaten, zullen ze in de nacht 1 tot 2 keer moeten plassen. Op een leeftijd van ongeveer 7 maanden zullen honden 1 tot 2 keer per dag poepen en in 3 tot 4 periodes per dag plassen. Bij sommige rassen die gefokt zijn om met hun neus te werken, is er de mogelijkheid dat ze minder makkelijk zindelijk worden. Dit heeft vooral te maken met het feit dat ze van eerdere ”ongelukjes” in huis de lucht nog kunnen ruiken. Deze lucht is de prikkel die ervoor zorgt dat de hond opnieuw in huis zijn behoefte doet. Uit dezelfde onderzoeken komt ook naar voren dat Yorkshire Terriërs moeilijk zindelijk te maken zijn.Waarschijnlijk heeft dit niets te maken met een eventuele extra gevoeligheid voor geurtjes; wel lijken eigenaren geneigd de zindelijkheidstraining van kleine hondjes minder serieus te nemen. De gevolgen van een in huis plassende Yorkshire of Maltezer zijn minder desastreus dan de binnenmeertjes veroorzaakt door een Duitse Dog, Newfoundlander of andere grote hond. Uit onderzoek blijkt dat veel problemen met onzindelijkheid eigenlijk opvoedingsproblemen zijn.

    Medische problemen

    Te denken valt hierbij aan incontinentie, diarree, een blaasontsteking,of een blaas die binnen het bekken gelegen is. Uiteraard moeten deze medische oorzaken uitgesloten worden, voordat er aan een eventueel gedragsprobleem gewerkt gaat worden.

    Nooit zindelijk in huis geweest

    Pups die tijdens zomerse dagen makkelijk door openslaande deuren naar buiten kunnen om hun behoefte te doen, blijken na een aantal weken als de deuren weer dicht gaan onzindelijk in huis. Zij hebben altijd de beschikking gehad over ruimte buiten waar zij op ieder gewenst moment hun behoefte konden doen. Bij afwezigheid van de ruimte buiten zullen ze dit zonder remmingen weer binnen  doen.Daarnaast is er de groep puppen die bij de fokker geleerd heeft om op kranten hun behoefte te doen.De eigenaar, blij met de krantzindelijke pup, legt ook iedere dag schone kranten neer. Op deze manier kan de pup een voorkeur voor kranten ontwikkelen. Bij gebrek aan kranten zal de hond zijn behoefte op een willekeurige, andere plek in huis doen. Dit zijn tevens vaak pups die niet begrijpen dat ze buiten hun behoeften moeten doen: er ligt daar immers geen krant. Zodra ze na een te vergeefse wandeling buiten, binnen de krant zien zullen ze zich daarop alsnog ontlasten.

    Markeren in huis

     Zowel reuen als teven kunnen markeren, maar de meest voorkomende situatie is de reu die in huis zijn poot optilt tegen bijvoorbeeld een stoel of tafelpoot. Onderzoek toont aan dat zowel een sociale als hormonale motivatie een rol speelt; ook leerprocessen kunnen dit gedrag beïnvloeden.Markeren komt het meest voor bij ongecastreerde reuen; castratie zal in 67 % van de gevallen zorgen voor vermindering of helemaal stopzetten van het gedrag.

    Onderdanigheids plassen

    is normaal gedrag dat veel pups tonen op het moment dat een ouder dier aan de pup snuffelt. Dit snuffelen kan plaats vinden bij een pup of jonge hond die staat, maar ook bij een dier dat al op de rug ligt. Kenmerk van onderdanigheids plassen is dat de hond een lagere houding aanneemt maar wel ontact met de andere hond of mens wil houden. De hond kan kwispelen maar mag niet verstarren van angst. Meestal volgt het plassen op het naderen van een mens. Ook het over de hond heen buigen en/of oogcontact zoeken kan de lage houding en het plassen oproepen

    Angstplassen

     Het plassen uit angst komt gelukkig niet vaak voor. Het gaat meestal om gevoelige honden die naast het plassen ook verschijnselen van angst tonen oals: een extreem lage houding, verstarren en stress signalen. Deze honden zoeken voor en na het plassen niet actief contact met de mens, iets wat honden die uit onderdanigheid plassen wel doen.

    Opwindingsplassen

    Deze vorm van plassen vindt plaats bij opwinding en de hond heeft geen houdingsverlaging. Het plassen gebeurt tijdens lopen, opspringen of staan. Het zijn vaak jonge honden die bij een volle blaas in combinatie met opwinding niet voldoende controle houden over de sluitspieren. Dit gedrag zal vaak spontaan verdwijnen rond de leeftijd van 8-10 maanden. Maar ook hier kunnen leerprocessen er voor zorgen dat het gedrag een andere functie krijgt.

    Aangeleerd gedrag, aandacht trekken

    Honden leren snel van de gevolgen van hun gedrag. Twintig jaar geleden had ik een Rottweiler die prompt als er visite was, en hij geen aandacht kreeg, in de hoek van de kamer een hoop produceerde. Tijdens het doen van zijn behoefte keek  hij de visite aan. Het effect was verbluffend. Mensen rolde van hun stoel van het lachen en de hond was voor minimaal een kwartier verzekerd van intensieve aandacht.

    Niet alleen thuis kunnen zijn.

    De onzindelijkheid bij niet alleen thuis kunnen zijn, komt alleen voor als de hond alleen thuis gelaten wordt. Uiteraard versta ik hieronder niet het onzindelijk zijn van een hond die 12 uur aan een stuk niet uitgelaten is (terwijl hij dit niet gewend is). Heeft de hond last van verlatingsangst dan kan het gedrag ook voorkomen als er een speciaal persoon van huis gaat.

    Voorkeur voor een bepaalde ondergrond om op te plassen

    Pups die bijde fokker geleerd hebben om zich op kranten/papier te ontlasten zullen als de eigenaar hen opnieuw kranten/papier aanbiedt deze voorkeur erder ontwikkelen tot het punt waarop de hond zich alleen nog maar op papier wil ontlasten. Ook jonge honden die langer bij de fokker gebleven zijn en daar geleerd hebben om op de houten kennel vloer, hun behoefte te doen kunnen eenmaal in huis een voorkeur ontwikkelen voor bijvoorbeeld de houten parketvloer.Honden die op ieder kleedje dat ze tegenkomen hun behoefte doen hebben d.m.v klassieke conditionering geleerd dat het zien, ruiken en/of voelen van een kleedje aanleiding is om zich te ontlasten.

    Ouderdom

    Honden kunnen door ouderdom onzindelijk worden. Als medische oorzaken uitgesloten zijn, kan het vaker uitlaten, eventueel in combinatie met de stof Selegiline, een oplossing bieden. Deze honden lijden dan vaak aan een vorm van dementie, die maakt dat ze hun zindelijkheidstraining vergeten.

    Pups die teveel drinken

    (als spel) en dus erg veel moeten plassen; Pups kunnen om diverse redenen meer drinken dan zij feitelijk nodig hebben. Het samen spelen en daarna samen drinken uit een bak is hier een voorbeeld van. Uit onze praktijk blijkt dat Herdershonden veel drinken om het drinken. In de meeste gevallen van onzindelijkheid die geen medische oorzaak hebben, is het nodig om een gedragstherapeut in te schakelen. Bij Tinley blijkt uit de gesprekken met wanhopige eigenaren dat er meer aan de hand is, dan het niet zindelijk krijgen van de hond. Eigenaren straffen te veel, te hard en niet op het juiste moment. Ook rangorde en controleproblemen komen regelmatig voor bij honden die onzindelijk zijn. Daarnaast zijn mensen zich niet of nauwelijks bewust van leerprincipes en veel van het probleemgedrag ontstaat dan ook door een gebrek aan kennis.

    © Debbie Rijnders. www.tinley.nl

  • Veelgemaakte fouten

    Iedereen die een volwassen hond of een oudere pup adopteert of overneemt ergens doet dit met de beste bedoelingen. Er worden echter in de beginfase kleine foutjes gemaakt die bij niet herstellen later tot grote problemen kunnen leiden. Daar gaat dit artikel over en natuurlijk over hoe je het dan wel goed kunt doen.

    Het uitzoeken van een nieuwe huisgenoot

    Bij het uitzoeken van een hond sluipt bij velen de eerste fout er al in. Men is op zoek naar een leuke hond en er moet een klik zijn met een hond. Veel honden (met uitzondering van de honden die uit het asiel gehaald worden) worden gekozen op basis van een foto. Er staat een hond op de foto die je wel aanspreekt en de meeste mensen worden verliefd op de foto. Uiteraard worden de foto’s hier ook voor gemaakt, maar in veel gevallen geldt echter: “liefde maakt blind”. Men heeft de hond gezien, is verliefd en eigenlijk wordt er niet meer goed geluisterd naar het verhaal wat er over de hond verteld wordt of anderzijds denkt men te licht over de aangegeven dingen over de hond en ga je er vanuit dat dit met liefde een heel eind op te lossen is. Mocht dit niet het geval zijn bij u dan heeft u de eerste stap goed gemaakt.

    De eerste dagen van de nieuwe hond

    Natuurlijk is iedereen blij dat de nieuwe huisgenoot er is. De hond is nog niet echt thuis en vertoont aanpassingsgedrag. Helaas herkennen maar weinig mensen dit. De hond loopt de mensen in huis steeds achterna, het wordt lachend afgedaan als dat hij zich wel heel snel gehecht heeft aan de mensen. Hem opsluiten in de keuken of in de gang, natuurlijk niet. De hond hoort er toch bij en mag gaan en staan waar hij wil. Natuurlijk ben je trots op je hond en neem je hem zoveel mogelijk overal mee naar toe en komen er heel veel mensen op “kraamvisite” je nieuwe aanwinst bewonderen. Je loopt trots grote rondes met hem over het dorp of door de stad en je gaat gezellig met hem over de markt. Spelen met andere honden vindt hij vast leuk dus lekker een paar uur naar het strand of naar de bossen waar hij veel soortgenootjes treft. Dat is boffen, hij luistert al heel goed en kan zelfs al los lopen en hij kijkt iedere keer waar u bent.

    De volgende weken van de nieuwe hond

    De bel gaat, hij blaft. Goh hij wordt ook al een beetje waaks, dat is boffen. Als we op straat een andere hond tegenkomen bromt hij een beetje. Wat leuk, hij verdedigt ons. Als we weg zijn geweest dan kan hij zijn geluk niet op als we weer terug komen. Het is toch heerlijk als de hond je heeft gemist en zo blij is dat je weer terug bent. Natuurlijk knuffel je hem bijna dood en hij jou. Waar ligt de hond in huis. Nou het liefst ligt hij midden in de kamer, dan kan hij natuurlijk lekker rondkijken. En wij stappen gewoon over hem heen, als hij daar nu lekker ligt dan laten we hem toch lekker liggen. Soms gaat hij ook wel eens onder de salontafel liggen, of onder de eettafel, onder het kastje is ook een favoriete plaats. Natuurlijk mag hij op de bank, ik schuif wel een eindje op. Hij kruipt stiekem ook wel eens bij mij op bed, maar dat vind ik wel gezellig dus als mijn partner slaapt laat ik hem lekker liggen.

    Na een week of 6

    Het blaffen bij de bel is overgegaan in grommen als de mensen binnenkomen en HELP hij heeft iemand gebeten. Op straat valt hij naar iedere hond uit, en hij vond het eerst zo leuk om met ze te spelen! Kwamen we toch gisteren thuis heeft hij het hele huis verbouwd, kussens gesloopt, aan de tafelpoten geknaagd. Dat heeft hij nog nooit gedaan. Het buurmeisje komt langs opeens viel hij uit naar haar terwijl ze eerst zulke dikke vriendjes waren. Als ik op de bank wil gaan zitten dan probeert hij me te bijten en mijn partner kan zijn bed niet meer in. HELP mijn hond is niet meer te vertrouwen, hoe kan dat nu, het was eerst zo’n leuk beest. De buurvrouw heeft de politie ook al op mijn dak gestuurd omdat hij zo gilt als ik weg ben ik kan er niet meer tegen, de hond moet herplaatst worden.

    Overdreven of de waarheid

    Helaas is het in veel gevallen de waarheid en krijgen wij als organisatie pas het probleem te horen als we zitten in de fase: HELP mijn hond is niet meer te vertrouwen. In dit artikel is alles fout gegaan wat maar fout kan gaan, maar helaas reageren mensen zo. Dit is een samenraapsel van jarenlange ervaring van alle dingen die we al vele keren hebben meegemaakt. Mensen die hun bed niet meer in konden, visite die gebeten wordt is een veel voorkomend probleem. Uitvallen naar andere honden en soms ook mensen op straat is maar heel normaal. Het stuk is echt niet overdreven maar helaas de waarheid. In het overige deel van het artikel ga ik aangeven hoe het wel moet en waar je op moet letten wil je aan een volwassen hond een leuke hond krijgen.

    Het uitzoeken van een nieuwe huisgenoot

    Als je op zoek bent naar een nieuwe huisgenoot is het heel belangrijk dat je voor jezelf en je gezin op papier zet wat je van een hond verwacht. Wil je een hond voor de sport of voor de gezelligheid, zijn jullie actief of juist niet, zijn er kinderen, kleinkinderen, andere dieren waar rekening mee gehouden moet worden, woon je in een bosrijk gebied met veel wild, woon je aan een drukke weg, wil je een super gehoorzame hond of wil je een hond die alleen komt als je hem roept en verder geen poespas. Al die dingen zijn van belang bij de keuze van een hond. Het beste is als je dit allemaal op papier zet en aan diverse stichtingen, herplaatsingsdiensten etc. vraagt of ze een hond hebben die bij je past. Pas op het moment dat je al die honden verzamelt hebt kun je een keuze maken op foto welke van deze je het meest aanspreekt.

    De eerste dagen van de nieuwe hond

    Een hond verhuist, dit brengt een enorme hoeveelheid stress voor een hond mee. Hij zal in de eerste dagen ontzettend lief zijn, maar hij is al zijn vastigheid om zich heen kwijt en zoekt krampachtig naar strohalmen om zich vast te houden. Je doet de hond het meest een plezier om hem in 1 ruimte te laten en niet heel het huis door te laten lopen. Je doet hem ook het meeste plezier om meteen met hem duidelijk te maken wie je bent, wat je van hem wilt en vooral wat hij niet mag. Hij is het meest gebaat bij rust, heel veel rust. Het liefst het grootste gedeelte van de dag in een bench die op een rustige plaats staat. Neem hem vooral de eerste maand nergens mee naar toe, hij heeft genoeg aan de KLEINE rondjes die je buiten met hem loopt. Laat hem maar stukje bij beetje (maximaal 10 minuten per wandeling) de omgeving gaan verkennen. De rest van de tijd kunnen jullie gebruiken om kennis met elkaar te maken en om elkaars vertrouwen te winnen. Vrienden die benieuwd zijn naar jullie hond is heel er leuk, maar niet in de eerste twee weken. De hond moet eerst leren wie er bij het gezin horen, wie op welke manier reageert en wat hij mag en wat hij niet mag. Pas daarna is het tijd om prikkels toe te gaan voegen. De eerste maand niet naar het strand of het bos, zeker niet naar een plaats waar veel honden komen. Tijdens de eerste maand leert de hond dat je heel erg leuk bent en dat het de moeite waard is altijd naar je terug te komen. Je leert de hond dat jij de veilige haven bent, dat als er iets is jij voor de hond in de bres springt. Het moet leuk zijn om tijdens de wandeling naar je te kijken. Hij moet zien dat je blij bent met hem en dat je met hem bezig wilt zijn. Op die manier bouw je een band op met je hond en dat gaat niet als hij over een strand raast met nog 10 andere honden want dan is alles belangrijk behalve jij. 

    Ik heb verschillende mensen gehad die klaagden dat hun hond niet wilde gaan spelen en alleen maar bij hen bleef zitten. GEWELDIG dan ben jij dus zijn veilige haven en durft hij vanachter jou de wereld te aanschouwen. Laat hem maar lekker zitten. Als jij belangrijker bent als de andere honden dat is toch helemaal super. Hou dat er in ieder geval in.

    De volgende weken van de nieuwe hond

    Blaffen en waaks gedrag in de eerste weken en zelfs het eerste halve jaar is uit den boze. Het is inderdaad waaks gedrag en daarmee geeft hij al meteen aan dat hij gaat bepalen of en wie er wel of niet binnenkomt. Het begint met blaffen, het gaat over in grommen en vervolgens in bijten. Toen je nog geen hond had kon je het ook prima zelf dus ook nu hoeft de hond het echt niet van je over te nemen. Geen geblaf dus als de bel gaat. Het is belangrijk dat je hem dat vanaf de eerste blaf die hij geeft duidelijk maakt door hem meteen te corrigeren (apart zetten, laten schrikken van een rammelblikje). Hij zal op straat op den duur waarschijnlijk gaan uitvallen naar andere honden. Hij heeft nu een geweldig baasje en dat kan hij alleen houden als er geen concurrentie komt in de vorm van een andere hond. In het begin is elke andere hond een potentieel gevaar. Ieder brommetje, ieder grommetje, ieder blafje moet dus ook in de kiem gesmoord worden. Beloon hem vanaf het begin af aan als hij netjes langs andere honden loopt, andere honden moeten voor hem het sein worden voor iets leuks of iets lekkers. Dus zelfs op het moment dat hij nog niet bromt tegen andere honden geef je hem iedere keer als hij een andere hond ziet iets lekkers. Op den duur zal het dan zo moeten worden dat als hij een andere hond ziet hij naar jou kijkt zo van: “waar blijft mijn lekkers” Ook kun je als je een andere hond ziet leuke dingen met hem gaan doen, brokjes verstoppen aan de kant van de weg, door je benen cirkelen, maakt niet uit wat, als het maar zo is dat het geweldig is om een andere hond tegen te komen omdat er dan zeker iets leuks gaat gebeuren.

    Op het moment dat je weg bent geweest en je hond komt op je afgestormd negeer je hem, ook al komt hij in het begin niet op je afgestormd, je gaat eerst je jas uitdoen, koffie zetten, een tafel opruimen, de stofzuiger halen. Maakt niet uit wat je gaat doen zolang je maar geen aandacht geeft aan de hond. Het moet heel normaal zijn dat jij in en uitloopt wanneer jij wil en hij hoeft daarbij niet net te doen alsof hij je een jaar niet heeft gezien. Hij is namelijk niet blij dat hij jou ziet maar hij is blij dat zijn eten en drinken weer gewaarborgd zijn. Als jij weggaat moet hij maar afwachten of je terugkomt en als je niet terugkomt heeft hij geen eten en geen drinken. Dat is vele malen belangrijker dan dat jij bent. Bedenk dat de eerst volgende keer dat hij weer door het dolle heen is dat niet jij belangrijk bent maar het feit dat je hem straks weer gewoon eten kan geven. Met zijn dolle bui laat hij ook zien dat hij denkt dat jij buiten niet voor jezelf kunt zorgen. Dat kun je natuurlijk prima en daar heb je hem niet voor nodig. Hij laat je zien dat hij blij is dat je ongeschonden bent thuisgekomen en dat zonder zijn hulp. Nergens voor nodig, je kan prima voor jezelf zorgen en dat gekke gedoe van hem is absoluut niet nodig.

    Een hond ligt in huis in zijn mand, of in zijn bench, zeker niet midden in de kamer. Als de hond midden in de kamer gaat liggen is hij bezig de boel te controleren. Op het moment dat hij blijft liggen als je aan komt lopen test hij je uit. Hij moet gewoon opzij als je eraan komt. Het is nog steeds jouw huis en hij bepaalt niet dat je maar over hem heen moet stappen of rond hem heen moet lopen. Als de hond onder een tafel, een stoel of een kast kruipt kan hij dat als zijn hol gaan beschouwen. Dat kan als gevolg hebben dat je in de eerste instantie niet meer met je benen onder de tafel of stoel kunt komen omdat hij dan in je benen hangt en op den duur mag je niet meer in de buurt van de tafel komen. Mand of een bench is voor de hond en verder niets. De bank, je bed allemaal hetzelfde verhaal. In het begin heel gezellig maar op het moment dat hij denkt dat het van hem is, gaat hij het verdedigen, zeer honds gedrag maar ongewenst.

    Een hond, je kan hem nooit voorspellen

    Als je je houdt aan de regels hierboven zal je niet in de 6 weken problemen komen. Zo lang je beseft dat je een hond in huis hebt en hem het eerste halve jaar nog niet door en door kent dan kun je ook niet voor verrassingen komen te staan. Wees erop voorbereid dat hij kan uitvallen, wees erop voorbereid dat hij onverwachte dingen kan doen. Schrik hier niet van maar reageer adequaat. Je nieuwe hond doorloopt heel snel de fase, pup, peuter, volwassen en hij test je op een gegeven moment uit. Wees voorspelbaar in je gedrag en nee is nee zijn hele belangrijke regels. Zet niet al te veel druk op je hond, verwacht helemaal niets van je hond en besef dat een hond leert dat dingen die hem wat opleveren die zal hij herhalen en dingen die hem niets opleveren zal hij achterwege laten. Stel jezelf bij ongewenst gedrag de vraag wat het je hond oplevert (en als hij zijn gedrag herhaalt dan levert het hem echt iets op al is het soms even zoeken wat) en wat je kunt doen om zijn gedrag te keren. Probeer het niet te goed te doen. Kijk naar je hond, leer van je hond en probeer in te schatten wat je hond nodig heeft.

  • Omgaan met angst

    Honden kunnen voor uiteenlopende zaken bang zijn, zoals onweer, harde geluiden (vuurwerk), voorwerpen of personen. Vooral in de puberteit kunnen ze plotseling bang worden voor dingen waar ze voorheen nooit bang voor waren. Ook kunnen bepaalde rassen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van angst dan anderen. Hebben honden een reden om bang te zijn? In sommige gevallen komt het door een negatieve ervaring (bv. vallen van de vuilnisbak, geschrokken van een man met helm, gebeten door een zwarte hond etc.) of doordat de hond als pup niet zo veel heeft meegemaakt. In welke mate de angst zich verder zal ontwikkelen bepaalt u.

    Verminderen van angst 

    Bij het verminderen van angst is de voorbeeldfunctie van de baas heel belangrijk. Is die niet bang dan hoeft de hond dat ook niet te zijn. Probeer zelf zo min mogelijk te schrikken van bijvoorbeeld lawaai. Uw schrikreactie brengt u over op de hond: immers, als de roedelleider het eng vindt, dan is er toch wel wat aan de hand! Geef de hond geen aandacht bij het vertonen van angst. Dus til hem niet op, ga hem niet aaien of een verhaal vertellen dat er helemaal niets aan de hand is. De hond zal dit als belonend ervaren waardoor z’n angst zal toenemen. Negeer het angstige gedrag liever en eis van hem dat hij doorgaat met wat hij deed voor hij angstig werd. Lag hij op zijn plaats te slapen dan moet hij gewoon weer terug naar zijn plaats en af(bij het wandelen: wandel dan gewoon stevig door eventueel met wat appèloefeningen erbij). U dient als baas duidelijk leiding te geven, geef duidelijke opdrachten die de hond kan uitvoeren. Bijvoorbeeld commando’s als ‘zit’, ‘volg’, of ‘af’ dwingen de hond zijn aandacht bij de baas te houden.Gedrag dat in tegenspraak is met angstgedrag kan de hond over zijn angst heen helpen. Spelen is gedrag dat onverenigbaar is met angst. Bijvoorbeeld leuke kunstjes/spelletjes kunnen de aandacht zodanig afleiden, dat de hond zijn omgeving vergeet. De prikkel (bijv. geluid) of de afstand (tot bijv.vreemde mensen of honden), die de angst veroorzaakt,moet zodanig worden afgezwakt dat de hond wel tot spel durft over te gaan. Tijdens het spel kan de prikkel (bijv. beangstigend geluid) worden opgevoerd of kan de afstand langzaam worden vergroot, waarbij NIMMER het niveau gehaald mag worden waarop de hond weer angst gaat vertonen.In de periode dat u de hond langzaam wilt laten wennen aan datgene wat hem angst inboezemt moet een confrontatie (in allen hevigheid) hiermee worden vermeden. Gebruik NOOIT straf bij de behandeling van angstgedrag, want straf behandelt niet het achterliggende probleem.Wat te doen bij toeslaande angst? Het is niet altijd mogelijk een beangstigende situatie te verminderen of te ontlopen. Denk bijvoorbeeld aan de jaarswisseling of een plotseling opkomende onweersbui. Hieronder enkele tips:• Komt de knal onverwachts, loop dan gewoon door en kijk de hond niet aan.• Duikt de hond tijdens de wandeling in elkaar en wil hij terug dan kan het helpen de hond meteen commando mee te nemen, bijvoorbeeld met commando ‘volg’. Pas op het initiatief van de baas wordt de wandeling beëindigd.•

    TROOST DE HOND NOOIT! Negeer het ongewenste gedrag en beloon het gewenste!• Houd de hond aangelijnd zodat hij niet in paniek kan vluchten. Zorg dat hij gechipt is en zet ook naam en adres op z’n halsband!•

    Tips voor Oudejaarsavond:

    1 Laat uw hond niet alleen achter.

    2 Laat hem ruim voor middernacht aangelijnd uit.

    3 Geef hem een lekkere kluif, zodat hij afleidingheeft en rustig blijft.

    4 Sluit ramen deuren en gordijnen.

    5 Zet rond 12 uur de radio of TV hard aan, zodat de herrie van buiten minder goed te horen is.

    6 Bij extreme angst, vraag uw dierenarts dan om een kalmeringsmiddel. Er zijn zowel homeopathische als gewone geneesmiddelen

  • Rangorde bij honden

    Rangorde speelt bij honden een belangrijke rol. Van nature leven honden in een groep, waarbinnen een bepaalde rangorde geldt. Ook in een gezin met een hond is er sprake van rangorde. Een hond ziet een kind lang niet altijd als hoger in rang dan dat hij zichzelf ziet. Als een kind dan dominant gedrag vertoont, kan dat gevaarlijke situaties opleveren.

    Roedel

    Veel hondengedrag is te verklaren vanuit het gedrag en de leefwijze van de verre voorvader van de hond, de wolf. Wolven leven in een roedel, waarbinnen een duidelijke rangorde bestaat. Bovenaan die rangorde staat de roedelleider, die dominant is over de rest van de groep. De jongen van roedelleider worden door de andere volwassen dieren gezien als hoger in rang dan henzelf, mits de roedelleider actief aanwezig is. De jongen van de roedelleider hebben dan een zogenaamde ‘afhankelijke rang’.

    Leider

    Voor honden die als huisdier worden gehouden, geldt eigenlijk hetzelfde. Bij gebrek aan soortgenoten, bestaat hun roedel uit de leden van het gezin. Om onveilige situaties te voorkomen, moet de hond zijn baas beschouwen als roedelleider. Duidelijkheid en consequentheid zijn daarbij essentieel. Alleen als de baas duidelijk de leider is en dominant is over de hond, kunnen de kinderen van het gezin de afhankelijke rang krijgen. Door de hond worden ze dan gezien als ranghoger. Net als bij de wolvenroedel geldt daarbij wel dat de baas actief aanwezig is.

    Afhankelijke rang

    Het is belangrijk dat de afhankelijke rang van kinderen niet in het geding komt. Honden en kinderen mogen dus nooit alleen gelaten worden; er moet altijd een dominante volwassene bij zijn. Alleen dan worden de kinderen door de hond als hoger in rang gezien en zal de hond accepteren dat de kinderen voor hemzelf gaan. Positieve associaties helpen daarbij. Als een kind bijvoorbeeld iets te eten krijgt, is het slim om de hond ook iets te geven en het dier niet te negeren. Het kind is dan als eerste aan de beurt en pas daarna komt de hond. Op die manier wordt de afhankelijke rang van het kind versterkt.

    Regels

    Onduidelijkheid over de rangorde levert frustratie op bij honden. Ouders kunnen dit voorkomen door strikte regels te stellen voor hun kinderen: geen trekspelletjes (waarbij de macht wordt bepaald), niet aan het voer of de speeltjes van de hond komen en de hond niet dwingen om commando’s van een kind op te volgen. Wanneer een kind verkeerd gedrag naar de hond toe vertoont, kan het beter niet gecorrigeerd worden in het bijzijn van het dier. Daarmee wordt de afhankelijke rang van het kind ondermijnd, wat kan leiden tot dominant gedrag en gevaarlijke situaties.

    Bron: Sophia Vereeniging

  • Angst en voorzichtig gedrag

    Verreweg de meeste honden in de wereld zijn uiterst voorzichtig naar mensen toe, de mens is immers een onvoorspelbaar, agressief, 2 –potig groot roofdier. Daarbij komt nog dat het merendeel van de honden losloopt, dus kan vluchten bij gevaar.

    Daarom is een afwachtende, voorzichtige houding een overlevingsinstinct en hoort bij het karakter van de hond (zie www.Hadier.nl/karakter)

    De slecht/doorgefokte rashonden in de rijkere landen zoals o.a. Nederland, Noord Amerika enz. hebben dit type overlevingsinstinct bijna niet meer. Mede door ook binnenshuis een luxe leven te leiden en slechte trainingsmethoden o.a. te jong en verkeerd desensitiveren.

    In plaats hiervan is een (te) dominante, low sensitive hond ontstaan. Trainers zoals Cesar Millan hebben hun handen vol om deze honden en hun “baasjes” weer in het gareel te krijgen (en verdienen er goud mee)!

    Relatief harde correcties zijn nodig om weer een duidelijke rangorde te verkrijgen, terwijl juist bij de vrijlopende lokale honden in de armere landen zoals bv Spanje, Mexico enz. slechts een blik of een zachte “pst” voldoende is.

    Worden deze honden bv naar Nederland gehaald dan krijgen zowel de hond als hun Nederlandse baas een culture-shock! Onmiddellijk wordt die voorzichtige, high sensitive houding als pure angst gezien, “vast door mishandeling”.

    Dit hoeft helemaal niet zo te zijn en alleen een deskundige kan bepalen of er werkelijk angst door trauma is of dat het karakter zo is. Duidelijke leiding door o.a. rust en bescherming is nodig én begrip en kennis dat dit gedrag in feite normaal hondengedrag is!

    Praktische tips bij voorzichtig/ angst gedrag (altijd blijven toepassen):

    -          Let niet op de hond, praat rustig en kijk af en toe heel kort wáár (niet naar) de hond is. Echt bewust negeren is straf in hondentaal, dus alleen toepassen bij onmogelijk gedrag.

    -          Wacht tot de hond naar je toe komt, vroeg of laat wordt ie nieuwsgierig. Beloon door kort aandacht te geven (zachte blik=beloning)

    -          Ga door je knieën om de hond te aaien, beweeg je hand heel langzaam.

    -          Aaien alleen onder z’n koppie, achter de oren en eventueel bij de schouder

    -          Fixeer je blik nooit in zijn ogen, dat is hondentaal voor agressie en straf!

    -          Geef de hond een veilige rustige slaapplaats en gebruik dit NOOIT als straf

    -          Leer de hond z.s.m. het commando (zachtjes zeggen!! of wijzen) “zit”.

    -          Bescherm je hond tegen mensen en kinderen die dit type gevoelige hond niet begrijpen en te direct zijn.

    -          Corrigeer een te overweldigende vreemde/andere hond, jij bent de leider van jouw hond(en), dus jij bepaalt de omgangsvorm.

    -          Geniet van dit gevoelige hondje, is er éénmaal vertrouwen dan krijg je er onvoorwaardelijke liefde voor terug

  • Eenzaamheid bij huisdieren

    Eenzaamheid bij huisdieren is een onderschat en vaak onzichtbaar probleem. In Nederland leven 16 miljoen huisdieren. De meeste zijn van nature sociale dieren waarvoor contact met een soortgenoot of met het baasje een eerste levensbehoefte is. Toch leven de meeste dieren in hun eentje en krijgen ze gemiddeld slechts acht minuten aandacht per dag. Wie niet meer tijd kan besteden aan zijn huisdier, kan er beter geen nemen, zo vindt de Sophia-Vereeniging (www.sophia-vereeniging.nl).

    Sociaal contact

    Voor de meeste huisdieren is eten, drinken en onderdak niet genoeg voor een gezond en gelukkig leven. Van nature leven honden, paarden, papegaaien, konijnen, vissen en de meeste knaagdieren in paren of groepen. Daardoor kunnen ze sociale banden aangaan. Deze eigenschap maakt een aantal van deze dieren bij uitstek geschikt als huisdier, maar het betekent ook dat sociaal contact een wezenlijke behoefte voor hen is. Veel huisdiereigenaren beseffen dit onvoldoende, wat ertoe leidt dat aan die behoefte niet wordt voldaan. Zo zit driekwart van de konijnen zonder soortgenoot in een hok. Bovendien worden dieren overdag vaak langdurig alleen gelaten en hebben ze onvoldoende omgevingsprikkels, wat kan leiden tot verveling en eenzaamheid bij huisdieren.

    Probleemgedrag

    De dieren die we het meest als huisdier houden, leven in het wild in een onvoorspelbare en uitdagende omgeving. Daarin is contact met soortgenoten van levensbelang. Als ze alleen opgesloten worden en ook nog eens niks te doen hebben, ontstaat probleemgedrag. Honden blaffen en janken om aandacht, ze vernielen de huisraad of worden onzindelijk. Bij konijnen zijn tralieknagen, overmatige vachtverzorging en steeds dezelfde rondjes rennen symptomen van eenzaamheid. Cavia's, konijnen en veel vissoorten worden agressief of angstig en sterven vaak vroegtijdig.

    Katten die buiten rond kunnen zwerven, vinden daar de sociale contacten wel die ze nodig hebben. Maar zit een kat de hele dag alleen binnen, dan leidt dat vaak tot veelvuldig krabben aan het meubilair, afwijkend eetgedrag of agressie. In tegenstelling tot veel andere huisdieren, zijn papegaaien niet gedomesticeerd. Het blijven wilde vogels in gevangenschap die eigenlijk ongeschikt zijn als gezelschapsdier. Wanneer ze weinig aandacht krijgen, ontstaat eenzaamheid bij deze huisdieren. Dan kunnen ze gaan bijten en schreeuwen of ze plukken zichzelf kaal. Eenzaamheid bij paarden kan zich uiten in schrapen, smakken en zelfbeschadiging. Maar ook minder zichtbare problemen zoals lusteloosheid of apathie duiden op een verminderd welzijn bij paarden.

    Natuurlijke behoeften

    Om gedragsproblemen tegen te gaan, moeten de huisvesting en verzorging van huisdieren voldoen aan hun natuurlijke behoeften. Zorg voor een uitdagende en afwisselende omgeving en geef geen hapklaar voer, maar laat het dier ‘werken’ voor zijn voedsel. Speeltjes en mogelijkheden om te graven en te knagen zorgen voor afleiding. Tegen eenzaamheid bij huisdieren kunnen het beste tenminste 2 dieren samen worden gehouden. Bij honden en papegaaien is het echter verstandig om eerst deskundig advies in te winnen. Het toevoegen van een soortgenoot kan leiden tot extra problemen, doordat ze bijvoorbeeld elkaars gedrag overnemen of elkaar niet accepteren. Eigenaren kunnen zelf alleen aan de sociale behoefte van hun huisdier voldoen als ze de hele dag genoeg tijd en aandacht hebben voor het dier. Kan dat niet, dan moeten ze eigenlijk geen huisdier nemen.

    Bron: Sophia Vereeniging


nldaendees

concept | webcontrol | hosting
© CAPREA MEDIA